Globaal preventieplan: wat, wie en hoe?
Een globaal preventieplan is een schriftelijk plan waarin een werkgever voor vijf jaar vastlegt hoe hij de risico’s in zijn bedrijf aanpakt: welke doelen, welke maatregelen, wie wat doet en met welke middelen. Het is de ruggengraat van je welzijnsbeleid. Het jaaractieplan zet het elk jaar om in concrete acties.
Wat zegt de wet of de Codex?
De Codex over het welzijn op het werk regelt het globaal preventieplan in Boek I, Titel 2 (Algemene beginselen betreffende het welzijnsbeleid), artikel I.2-8. De werkgever stelt het plan op voor een termijn van vijf jaar, in overleg met de hiërarchische lijn en de diensten voor preventie en bescherming op het werk.
Het plan steunt op de risicoanalyse en maakt deel uit van het dynamisch risicobeheersingssysteem: risico’s in kaart brengen, maatregelen plannen, uitvoeren, evalueren en bijsturen. Bij de keuze van maatregelen volgt de werkgever de rangorde van preventie uit artikel I.2-7: eerst maatregelen die het risico voorkomen, dan maatregelen die schade voorkomen, en pas daarna maatregelen die de schade beperken. Het plan wordt voor advies voorgelegd aan het comité voor preventie en bescherming op het werk. Zonder comité is dat de vakbondsafvaardiging, of anders de werknemers zelf.
Wat staat er in een globaal preventieplan?
Het plan bevat minstens de volgende onderdelen:
- de resultaten van de risicoanalyse;
- de preventiemaatregelen die je neemt;
- de doelstellingen die je wil bereiken;
- de activiteiten en opdrachten om die doelstellingen te halen;
- de organisatorische, materiële en financiële middelen;
- de opdrachten, verplichtingen en middelen van alle betrokkenen;
- hoe je het plan aanpast als de omstandigheden veranderen;
- de criteria om je welzijnsbeleid te evalueren.
Waarom dat telt: volgens Fedris werden in 2024 in de privésector 97.591 arbeidsongevallen op de arbeidsplaats aanvaard, waarvan 45 met dodelijke afloop. Een goed plan maakt van losse acties een aanpak die elk jaar beter wordt.
Welke verplichtingen en maatregelen?
- Werkgever: stelt het plan op, voorziet de middelen en blijft eindverantwoordelijk.
- Hiërarchische lijn: denkt mee over wat haalbaar is op de werkvloer en zorgt dat de maatregelen uitgevoerd worden.
- Preventieadviseur: werkt mee aan de risicoanalyse en het plan, en volgt de uitvoering op. Meer over die rol lees je bij interne preventiedienst.
- Comité (of vakbondsafvaardiging of werknemers): geeft advies over het plan en over elke aanpassing.
Het globaal preventieplan is geen document voor de kast. Elk jaar vertaal je het naar een jaaractieplan, dat je vóór 1 november van het voorafgaande jaar voor advies voorlegt. Na een ernstig ongeval, een verhuis of nieuwe machines stuur je het plan bij. Lees ook wat je moet doen bij een arbeidsongeval.
Veelgestelde vragen over het globaal preventieplan
Moet elk bedrijf een globaal preventieplan hebben?
Ja, elke werkgever met personeel moet een globaal preventieplan opstellen, ook een kleine kmo. De omvang van het plan volgt de grootte en de risico’s van het bedrijf. Een bedrijf met vijf werknemers heeft een eenvoudiger plan dan een fabriek met vijfhonderd.
Hoelang is een globaal preventieplan geldig?
Een globaal preventieplan wordt opgesteld voor een termijn van vijf jaar (Codex, artikel I.2-8). Daarna maak je een nieuw plan, op basis van een geactualiseerde risicoanalyse en de evaluatie van het vorige plan.
Wat is het verschil tussen een globaal preventieplan en een jaaractieplan?
Het globaal preventieplan legt de koers vast voor vijf jaar. Het jaaractieplan vertaalt die koers naar concrete acties voor één jaar: wat doe je dit jaar, wie doet het en tegen wanneer. Samen vormen ze de kern van je welzijnsbeleid.
Wie stelt het globaal preventieplan op?
De werkgever stelt het plan op, in overleg met de hiërarchische lijn en de diensten voor preventie en bescherming op het werk. De preventieadviseur helpt inhoudelijk, maar de werkgever blijft verantwoordelijk voor het plan en de uitvoering.
Moet het comité advies geven over het globaal preventieplan?
Ja. Het plan wordt voor advies voorgelegd aan het comité voor preventie en bescherming op het werk. Heeft je bedrijf geen comité, dan geeft de vakbondsafvaardiging advies. Is die er ook niet, dan raadpleeg je de werknemers rechtstreeks.
Wanneer moet het jaaractieplan klaar zijn?
Het jaaractieplan wordt opgesteld en voor advies voorgelegd vóór 1 november van het jaar voordat het ingaat. Voor een plan dat op 1 januari start, is dat dus vóór 1 november van het jaar ervoor.
Wat als er iets verandert in het bedrijf?
Het plan beschrijft zelf hoe het aangepast wordt bij gewijzigde omstandigheden. Denk aan een ernstig arbeidsongeval, een nieuwe activiteit, nieuwe machines of een verhuis. Elke aanpassing gaat opnieuw voor advies naar het comité of de werknemers.
Hoe begin je als kleine kmo aan een globaal preventieplan?
Start met de risicoanalyse: welke gevaren zijn er en hoe groot zijn de risico’s? Je externe dienst voor preventie en bescherming helpt daarbij. Kies daarna een beperkt aantal realistische doelen en verdeel ze over de vijf jaar.
Hoe SafetyDance hierbij helpt
Een plan op papier wordt pas sterk als het op de werkvloer leeft. SafetyDance maakt de doelen van je preventieplan elke dag zichtbaar, met drie korte vragen in één minuut. Zo werken je collega’s er zelf aan mee, ook tussen twee overlegmomenten door. We verplaatsen veiligheid van het klaslokaal naar de broekzak.
Bronnen
- Codex over het welzijn op het werk, Boek I, Titel 2: Algemene beginselen betreffende het welzijnsbeleid, via FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg
- BeSWIC, Belgisch kenniscentrum voor welzijn op het werk
- Fedris, Federaal agentschap voor beroepsrisico’s: statistisch jaarverslag 2024
- Prevent: statistieken arbeidsongevallen 2024 (cijfers Fedris)
Laatst bijgewerkt: 27 september 2026. Deze pagina is een eerste high level samenvatting op basis van de Codex en vervangt geen juridisch advies. We staan open voor verbeteringen, opmerkingen en suggesties: info@safetydance.be